brugkraan

mannelijk/vrouwelijk (de)/'brʏxkran/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een hijskraan met twee poten waartussen de last kan worden opgehesen en getransporteerd
    Ze werkt in een ijzergieterij aan de westkant van Berlijn, waar ze verantwoordelijk is voor de bediening van de brugkraan.