woorden
boek
Start
›
B
›
brugpieper
brugpieper
mannelijk (de)
/'brʏxpipər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
onderwijs, spottend
(onderwijs) (spottend) iemand die in de brugklas zit, een brugklasser
Synoniemen
brugmolecuul
brugmug
brugpisser
brugsmurf
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← brugperiode
brugpiepers →