Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
bruidsdag
mannelijk (de)/'brœytsdɑx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de periode tussen de ondertrouw en het huwelijk, de periode dat men alle voorbereidingen voor het huwelijk treftToch had deze administratieve formaliteit voor sommige jonggeliefden meer betekenis. De ondertrouw luidde de bruidsdagen in, de periode waarin de aanstaande echtelieden zich konden voorbereiden op het leven samen. Tijd om de jurk te naaien en de uitzet te verzamelen. Tubantia Heleen Boex 01-SEPTEMBER-2015
- de eerste periode van het huwelijk als er nog geen problemen of ruzies zijn geweest
- de eerste tijd van een onderneming als er nog geen problemen of ruzies zijn geweestDe bruidsdagen zijn voorbij voor de nieuwe Duitse regering. In diverse deelstaten staken de ambtenaren tegen de plannen van de grote coalitie om de werkweek met minimaal anderhalf uur te verlengen. En met de economie van de Bondsrepubliek blijft het kwakkelen: het laatste kwartaal van 2005 ontwikkelde zich zelfs verrassend slecht.NRC 14 FEBRUARI 2006
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek