bubbel
mannelijk (de)/ˈbʏbəl/
Wat is de betekenis van bubbel?
bubbel betekent: (natuurkunde) luchtbel of gasbel, vaak opstijgend in een vloeistof
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde) luchtbel of gasbel, vaak opstijgend in een vloeistof
- (figuurlijk) omgeving waar maar één soort mensen, één soort mening voorkomt zonder beïnvloeding van buitenaf
- (figuurlijk) kleine kring van mensen die zich zoveel mogelijk tot onderling contact beperken, om de kans op besmetting bij een pandemie kleiner te maken
Voorbeelden van "bubbel" in een zin
- Een bubbel van gas.
- In de witte bubbel komt raciaal ongemak niet voor en is men niet gewend erover te praten. Om de goede vrede te bewaren, nemen witte mensen het vaak voor elkaar op bij een beschuldiging van racisme, merkt DiAngelo. Voor zwarte mensen is het dus nog moeilijker om erover te beginnen, zeker in levenden lijve, vandaar dat het debat vooral online in eigen kringen woedt.
Etymologie
*oorspronkelijk een uitspraakvariant van bobbel die zich onder invloed van "bubble" verder ontwikkeld heeft
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek