bubbel

mannelijk (de)/ˈbʏbəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde (natuurkunde) luchtbel of gasbel, vaak opstijgend in een vloeistof
    Een bubbel van gas.
  2. figuurlijk (figuurlijk) omgeving waar maar één soort mensen, één soort mening voorkomt zonder beïnvloeding van buitenaf
    In de witte bubbel komt raciaal ongemak niet voor en is men niet gewend erover te praten. Om de goede vrede te bewaren, nemen witte mensen het vaak voor elkaar op bij een beschuldiging van racisme, merkt DiAngelo. Voor zwarte mensen is het dus nog moeilijker om erover te beginnen, zeker in levenden lijve, vandaar dat het debat vooral online in eigen kringen woedt.
  3. figuurlijk (figuurlijk) kleine kring van mensen die zich zoveel mogelijk tot onderling contact beperken, om de kans op besmetting bij een pandemie kleiner te maken

Etymologie

*oorspronkelijk een uitspraakvariant van bobbel die zich onder invloed van "bubble" verder ontwikkeld heeft