Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

buitenboordbeugel

mannelijk (de)/ˌbœytə(n)ˈbordbøɣəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tandheelkunde, techniek (tandheelkunde), (techniek) deels buiten de mond aangebracht metalen hulpmiddel waardoor het gebit in een bepaalde, gewenste stand gaat groeien
    Het lijkt niet overdreven nu al te stellen dat het toepassen van deze minischroeven in de toekomst het optimaliseren van de stand van de tanden en kiezen vereenvoudigt en de patiënt verlost van het vervelende dragen van een buitenboordbeugel.

Etymologie

*, waarin "buitenboord" in figuurlijke betekenis als versterking van "buiten" wordt gebruikt