bundel

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zijdelings bijeengehouden verzameling langwerpige voorwerpen
    Als de Duitser uit het gezicht was, werden de rijen samengesnoerd tot een wriemelende bundel boven wat er was gemorst; met één hand raapten de mensen, met de andere, die als een vleugel achteruitstak, drukten zij wie achter hen stonden, weg.
    De bundel takken werd met een touw bijelkaar gehouden.
  2. verzameling gelijksoortige zaken
    De blik in de bruine ogen van Jeroen weerstond de bundel ijskoude vlammen die Steiner hem toezond.
  3. een verzameling teksten in één drukwerk verzameld
    Het is een van de lastigste vragen die vrienden je kunnen stellen: ‘Wat vond je de beste bundel van het afgelopen jaar?’ Na vijftig jaar poëzie lezen weet ik dat het antwoord op die vraag nooit meer kan zijn dan een momentopname.Arie van den Berg NRC 27 januari 2016
    In de afgelopen veertig jaar is ook de (wetenschaps)journalistiek ingrijpend veranderd - ook dat valt in deze bundel terug te zien.

Etymologie

* van binden

Vertalingen

Engelsbunch, bundle
DuitsBündel
Spaansfajo