bungalow

mannelijk (de)/'bʏŋɡalo/

Wat is de betekenis van bungalow?

bungalow betekent: woning zonder bovenverdieping

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. woning zonder bovenverdieping
  2. vakantiewoning

Voorbeelden van "bungalow" in een zin

  • “We komen de meest gekke dingen tegen. Zo had iemand in een gelijkvloerse bungalow een traplift opgevoerd. Anderen vragen hypotheekrenteaftrek aan, terwijl ze in een huurhuis wonen.”Anouk Eigenraam NRC 18 februari 2015
  • Met de vakantie zitten we in een bungalow in de Ardennen.

Veelgestelde vragen over bungalow

Wat is de betekenis van bungalow?

bungalow betekent: woning zonder bovenverdieping

Hoeveel betekenissen heeft bungalow?

bungalow heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft bungalow?

bungalow is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je bungalow in een zin?

Voorbeeld: ““We komen de meest gekke dingen tegen. Zo had iemand in een gelijkvloerse bungalow een traplift opgevoerd. Anderen vragen hypotheekrenteaftrek aan, terwijl ze in een huurhuis wonen.”Anouk Eigenraam NRC 18 februari 2015

Etymologie

*Via het Gujarati-woord bungalo uiteindelijk afgeleid van het Hindi-woord bangla of bangala, "Bengaals huis". Als zwerfwoord vervolgens in veel talen overgenomen; het Nederlands heeft het woord aan het Engels ontleend.Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen. Veen, Amsterdam / Antwerpen, 2e druk, 2002.

Vertalingen

Engelsbungalow
Fransbungalow
DuitsBungalow
Spaansbungalow