bunzing

mannelijk (de)/'bʏnzɪŋ/

Wat is de betekenis van bunzing?

bunzing betekent: (roofdieren) kleine behendige marterachtige, , die als afweer een sterke stank kan verspreiden

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. roofdieren (roofdieren) kleine behendige marterachtige, , die als afweer een sterke stank kan verspreiden

Voorbeelden van "bunzing" in een zin

  • De bunzing gaat bij de jacht vooral op zijn neus en oren af.

Betekenis en uitleg van bunzing

Een bunzing is een klein, slank zoogdier dat behoort tot de familie der marterachtigen. Dit schuwe dier is vooral actief in de nacht en staat bekend om zijn opvallende zwart-witte vacht en behendige manier van bewegen.

Het woord 'bunzing' wordt vaak gebruikt in de context van de natuur en dierenobservatie. Je kunt het bijvoorbeeld gebruiken wanneer je het hebt over de biodiversiteit in Nederland of het spotten van wilde dieren in hun natuurlijke habitat. Het heeft een positieve connotatie, omdat het verwijst naar een fascinerend en schuw wezen dat deel uitmaakt van ons ecosysteem.

Voorbeelden

  • Tijdens onze wandeling in het bos zagen we plotseling een bunzing tussen de bomen door schieten.
  • De bunzing is een beschermde diersoort in Nederland en speelt een belangrijke rol in de lokale fauna.
  • Met zijn snelle bewegingen en schattige uiterlijk is de bunzing een van de favoriete dieren van natuurdocumentaires.

Woordoorsprong

Het woord 'bunzing' komt van het Oudnederlands en is verwant aan het Duitse woord 'Buntz', wat 'gevlekt' of 'kleurig' betekent, verwijzend naar de vacht van het dier.

Veelgestelde vragen over bunzing

Wat is de betekenis van bunzing?

bunzing betekent: (roofdieren) kleine behendige marterachtige, , die als afweer een sterke stank kan verspreiden

Welk woordgeslacht heeft bunzing?

bunzing is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van bunzing?

Synoniemen van bunzing zijn: stinkmarter, stinkotter, ulk, visse.

Hoe gebruik je bunzing in een zin?

Voorbeeld: “De bunzing gaat bij de jacht vooral op zijn neus en oren af.

Etymologie

*Middelnederlands "bonsinc", bunsinc(k), afleiding bij *buns ‘schuur’, nevenvorm van boes; zie aldaar.

Uitdrukkingen

  • stinken als een bunzing

Vertalingen

Engelspolecat
Fransputois
DuitsIltis
Spaansturón
Italiaanspuzzola
Portugeestourão
Zweedsiller
Deensilder