burgemeester
mannelijk (de)/bʏrɣə'mestər/
Wat is de betekenis van burgemeester?
burgemeester betekent: (beroep), (politiek) hoofd van het gemeentebestuur
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep), (politiek) hoofd van het gemeentebestuur
- (molenaarsambacht) het bord onder de spil van een molen
- (steltloperachtigen) de naam van een tweetal meeuwensoorten:
Voorbeelden van "burgemeester" in een zin
- De burgemeester sprak met de pers deze ochtend.
- Ik neem aan dat het nu over raadsleden, burgemeesters en dat soort lui gaat. En hoger.
Etymologie
* Oorspronkelijk , maar vervolgens opgevat als
Uitdrukkingen
- Een burgemeester in oorlogstijd — Iemand die met de vijand samenwerkt om erger te voorkomen
- Eens burgemeester, blijft burgemeester — Wie eenmaal een bepaald maatschappelijk aanzien (goed of slecht) heeft, raakt dat niet of heel moeilijk meer kwijt
- Middelnederduits: "borgemester", "borgermester"
- Middelhoogduits: burgermeister
- Modern Duits: "Bürgermeister"
- Deens: "borgmester"
- Noors: "borgermester"
- Oudzweeds: borghamæstare, borgharamæstare
Vertalingen
Engelsmayor
Fransmaire, bourgmestre
DuitsBürgermeister
Spaansalcalde
Italiaanssindaco
Turksbelediye başkanı, belediye reisi
Poolsprezydent miasta
Zweedsborgmästare
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek