burger
mannelijk (de)/ˈbʏrɣər/
Wat is de betekenis van burger?
burger betekent: inwoner van een stad of staat die bepaalde wettelijke rechten en plichten heeft
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- inwoner van een stad of staat die bepaalde wettelijke rechten en plichten heeft
- lid van de burgerbevolking, in tegenstelling tot een strijdende partij of ordedienst
- inwoner van een land of stad die niet van adellijke afkomst is
zelfstandig naamwoord
- (voeding) als schijf gevormd en gebakken of gegrild kleingehakt, met kruiden vermengd vlees uit rund en/of varken, of iets vergelijkbaars
- (voeding) in twee helften gesneden broodje met daartussen een schijf gebakken of gegrild rundergehakt of iets vergelijkbaars, met saus en groenten
Voorbeelden van "burger" in een zin
- Met de privilegebrief kende de landheer aan de burgers van een stad een zekere mate van autonomie toe. (feodaal rechtstelsel, middeleeuwen)
- De burgers van de stad staken bij deze ramp zelf de handen uit de mouwen.
- Door een aanval van de Afghaanse luchtmacht in de provincie Kunduz zijn mogelijk vijftig burgers om het leven gekomen.[https://www.telegraaf.nl/nieuws/1867803/burgers-gedood-door-luchtaanval-afghanistan De Telegraaf, 3 april 2018]
- Ze waren begonnen met het vermoorden van burgers door niet alleen Berlijn maar ook andere Duitse steden te bombarderen.
- Ikzelf hoop dat je net als je vader en opa jezelf in de eerste plaats zult zien als citoyen, burger, Letang.
Etymologie
*[B] uit het "burger", verkorting van "hamburger"; oorspronkelijk een verwijzing naar goed vlees uit de Duitse stad Hamburg
Vertalingen
Engelscitizen, civilian, burger
Franscitoyen
Spaansburgués, ciudadano, paisano
Poolsobywatel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek