busdienst

mannelijk (de)/'bʏzdinst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geregelde mogelijkheid om met de bus ergens naar toe te gaan
    Het leven op de werf was er een van onophoudelijke activiteit, van echte kerels, van lassers, branders en klinkers - twee miljoen klinknagels per schip waren geen uitzondering - en van stank en herrie. Van der Sluis: „Het was hard werken, op de werf heerste ook trots als er weer een schip gereed was. En het was een soort samenleving in het klein. De verschillende werkplaatsen kon je zien als wijken van een stad met hun eigen gemeenschap en cultuur - de NDSM was in die vergelijking het stadsbestuur met een eigen busdienst, een medische post en een eigen opleidingsinstituut waar jonge werknemers het vakwerk werd aangeleerd.”NRC Joost Zonneveld 10 november 2016

Vertalingen

Engelsbus service