buspassagier

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die in een autobus reist
    In Engeland is de snelweg M6 uren afgesloten geweest omdat rekening werd gehouden met een terroristische dreiging. Bij de politie was een melding binnengekomen over een buspassagier die een vloeistof in een bakje gooide, waarna er rook vrijkwam. Pas uren later werd duidelijk dat er sprake was van vals alarm.
    In Groot-Brittannië zijn vanochtend bij een botsing tussen een vrachtwagen en een bus een dode en 39 gewonden gevallen. De vrachtwagenchauffeur en een buspassagier liggen in kritieke toestand in het ziekenhuis.