Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

buurtbengel

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kwajongen, straatjongen
    De ouders van André, de twaalfjarige Haagse buurtbengel die zondagmiddag met een gestolen auto een vierjarig Marokkaans jongetje doodreed, komen er niet meer uit.' De Telegraaf 01-03-1978 [https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=buurtbengel&coll=ddd&identifier=ddd%3A011199286%3Ampeg21%3Aa0317&resultsidentifier=ddd%3A011199286%3Ampeg21%3Aa0317 Wij voelen ons zo verschrikkelijk schuldig en machteloos De Telegraaf 01-03-1978]
    Ze had de cowboybroek willen memoreren die ik voor mijn Eerste Communie van haar zus in Australië toegestuurd had gekregen: hij was van achteren opengewerkt, en liet zo mijn blote benen vrij, waardoor de buurtbengels mij nariepen: 'Je halve broek is aan het prikkeldraad blijven hangen.' Tonio A.F.Th van de Heijden