cabernet

mannelijk (de)/kabər'nɛ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. blauw druivenras en de rode wijn die men daarvan maakt
    Bij het voorgerecht wordt een opwekkende, aromatische sauvignon blanc geschonken van het Chileense wijnhuis Silver Ghost. Van dezelfde wijnbouwer in de Central Valley is de intense cabernet sauvignon, die uitstekend smaakt bij de beenloze ribbetjes van het Ibericovarken.
    In dit Zuid-Afrikaanse triootje van cinsault, ruby cabernet en pinotage voert het rokerige kampvuurkarakter van die laatste druif de boventoon. Verder veel rood fruit, een kus van pruimen en zonnig zoet. Warmbloedig, maar niet al te spannend.

Etymologie

* uit het Frans