cabriolet
mannelijk (de)/kabrijo'lɛt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) een carrosserievorm van een auto gekenmerkt door een neerklapbaar en opvouwbaar dakDit model is ook als cabriolet te verkrijgen.Volgend jaar krijg ik een Renault cabriolet.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans. In de betekenis van ‘rijtuig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824. In de betekenis van ‘auto met opvouwbaar dak’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1929.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek