cacaovrucht

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. fruit, voeding (fruit) (voeding) vrucht van de tropische , die oorspronkelijk uit Midden-Amerika afkomstig is en thans wereldwijd in tropische gebieden voor haar bonen geteeld wordt

Etymologie

* In de betekenis van ‘naam voor de vrucht van de cacaoboom’ voor het eerst aangetroffen in 1876, zie vindplaats hieronder.

Vertalingen

Engelscacao pod
Franscabosse
DuitsKakaofrucht, Kakaoschote
Spaansvaina