café

onzijdig (het)/kɑˈfe/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. horeca (horeca) een uitgaansgelegenheid waar men hoofdzakelijk dranken kan nuttigen
    Zullen we nu naar het café gaan?
    Ik zette er flink de pas in en na een tijdje begon ik bijna te rennen want ik kon de hamburgers al ruiken! ’s Ochtends om tien over negen viel ik het beroemde café binnen en zette met een zucht mijn rugzak op de grond.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kroeg’ voor het eerst aangetroffen in 1897 . Etymologisch hetzelfde woord als koffie

Vertalingen

Engelscafé, cafe, coffee-house
Franscafé
DuitsWirtschaft
Spaanscafé
Deensværtshus