cafébezoeker

mannelijk (de)/kɑˈfebəˌzukər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die te gast is in een café
    Een vriendelijke agent deelde me mee dat er een aanklacht tegen me ingediend was wegens molest van een cafébezoeker.
    In de wijk in Parijs waar vrijdagavond een aanslag werd gepleegd op een restaurant en een café, zijn de terrassen na dagen van rouw heropend. "Een vol terras laat zien dat wij Parijzenaren doorgaan met ons leven", zegt een Franse cafébezoeker.

Vertalingen

Engelspub-loafer, pub-crawler, pub visitor