cafetaria

mannelijk/vrouwelijk (de)/kɑfə'tarija/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. horeca (horeca) een eenvoudige eetgelegenheid, waar men vooral gefrituurde gerechten kan eten
    Ik bestelde een patat met en een kroket aan de balie van de cafetaria.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘snelbuffet’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1937

Vertalingen

Engelscafeteria
Franscafétéria, cafet', cafèt'
Spaanscafetería
Poolskafeteria