calville
mannelijk (de)/kɑlˈvil/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (fruit) appel uit rassen met een sappige, friszure smaak, een glanzende schil met een paar plooien in de lengteVoor ƒ 2,50 het mud zijn calvilles verkocht geworden, appelen die anders 10 à 20 cents het stuk gelden.
Etymologie
*van "calville", dat verwijst naar de Franse plaats
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek