calville

mannelijk (de)/kɑlˈvil/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. fruit (fruit) appel uit rassen met een sappige, friszure smaak, een glanzende schil met een paar plooien in de lengte
    Voor ƒ 2,50 het mud zijn calvilles verkocht geworden, appelen die anders 10 à 20 cents het stuk gelden.

Etymologie

*van "calville", dat verwijst naar de Franse plaats