campagne

mannelijk/vrouwelijk (de)/kɑmˈpɑɲə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politiek (politiek) een actie voor een bepaald doel, vaak als onderdeel van een verkiezingsstrijd
    De toon van de VVD is de laatste week op zijn zachtst gezegd nogal stevig. Dat heeft alles te maken met de campagne voor de Provinciale Statenverkiezingen, die woensdag 20 maart plaatsvinden. Rutte en Dijkhoff willen kiezers op rechts die nu voor Wilders en Baudet kiezen, graag terug. Reformatorisch Dagblad Gerard Vroegindeweij 21-1-2019[https://www.rd.nl/vandaag/politiek/het-knettert-in-de-coalitie-dankzij-reclameman-1.1542048 Het knettert in de coalitie dankzij reclameman]
    De vrijwilligers van de verkiezingscampagne deelden foldertjes uit op de markt.
  2. militair (militair) veldtocht

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘veldtocht’ voor het eerst aangetroffen in 1597

Vertalingen

Engelscampaign
Franscampagne
DuitsWahlkampf
Spaanscampaña
Italiaanscampagna
Russischкампания