campingterrein

onzijdig (het)/ˈkɛmpɪŋtəˌrɛin/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. afgebakend gebied waar bezoekers kunnen kamperen
    Zijn twee kinderen (toen 3 en 5) lagen te slapen in de tent op het campingterrein.
    Achter bij de Vecht liggen nog de voormalige campingterreintjes met een toiletgebouw.
    Maar wellicht zijn strengere normen voor campingterreinen in de toekomst beter.