cannelloni

meervoud/ˌkɑnɛˈloni/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) soort pasta, die bestaat uit grote dikke staafjespasta gemaakt uit durumtarwe
    - Het bestaat uit drie gangen: canelloni met bospaddestoelen, hazepeper met aardappelpuree en rode kool en als toetje witte-wijn-peren met warme caramelsaus. NRC 21 december 1994

Etymologie

*, van "cannelloni", in de betekenis van ‘pasta met groente- en gehaktmengsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1992