canon
/ˈkanɔn/
Wat is de betekenis van canon?
canon betekent: (muziek) de strengste vorm van een meerstemmige compositie, waarin de stemmen elkaar in de tijd verschoven imiteren
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) de strengste vorm van een meerstemmige compositie, waarin de stemmen elkaar in de tijd verschoven imiteren
- het geheel van belangrijke personen, teksten, kunstwerken, voorwerpen, verschijnselen en processen voor een bepaalde tijdsperiode en/of gebied
- overeengekomen standaardinhoud, bijvoorbeeld van de Bijbel
Voorbeelden van "canon" in een zin
- De bekendste canon is waarschijnlijk "Vader Jacob".
- De literaire canon van de 20e eeuw.
- De Canon van Nederland is een lijst van vijftig thema's ("vensters" genoemd) die chronologisch een samenvatting geeft van de geschiedenis van Nederland
- De canon van het Oude Testament.
Etymologie
*Van Grieks kanoon (liniaal, regel, richtsnoer). Op zijn beurt van Grieks kanna (riet). Verwant met Hebreeuws qane (riet) en Arabisch qanah (riet).
Vertalingen
Engelsround
Franscanon
DuitsKanon
Spaanscanon
Italiaanscanone
Poolskanon
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek