canvas

onzijdig (het)/'kɑnvɑs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sterk linnen weefsel o.a. gebruikt om op te schilderen
    Bij Sotheby’s in New York dook het doek na anderhalf jaar weer op. Het was onherkenbaar veranderd. Alle negentiende-eeuwse toevoegingen waren verdwenen: de lucht, het landschap én een fikse strook canvas. Daaronder was volgens Sotheby’s een paardenstudie van Peter Paul Rubens tevoorschijn gekomen, de leermeester van Van Dyck. Een onbekende koper had woensdagavond 5.075.000 dollar voor het schilderij over. NRC Arjen Ribbens 26 januari 2017
    De rossige vrouw naast me in het vliegtuig op weg naar Nederland is zenuwachtig. Ze ritst haar canvas reistas open en weer dicht en checkt voortdurend haar mobiel. „Ik ga voor het eerst naar Europa”, verontschuldigt ze zich en stelt zich voor. Gretchen, uit North Carolina. NRC Pia de Jong 5 december 2016

Etymologie

*overgenomen uit het Engels

Uitdrukkingen

  • tegen het canvas gaanverslagen worden

Vertalingen

Engelscanvas
Spaanscañamazo