capaciteit
vrouwelijk (de)/ˌkapasiˈtɛit/
Wat is de betekenis van capaciteit?
capaciteit betekent: mogelijkheid om iets te bevatten, hoeveelheid ruimte die voor een bepaald doel gevuld kan worden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- mogelijkheid om iets te bevatten, hoeveelheid ruimte die voor een bepaald doel gevuld kan worden
- aanwezigheid van persoonlijke eigenschappen die vereist zijn voor bepaalde activiteiten
- (natuurkunde) opslagvermogen voor bepaalde vormen van energie
Voorbeelden van "capaciteit" in een zin
- Het plaatselijke ziekenhuis heeft onvoldoende capaciteit om een ramp van deze omvang te kunnen verwerken.
- Zij laten zien dat schulden het denken gaan beheersen - ze leggen beslag op je mentale capaciteit.Folkert Jensma NRC 4 juni 2016
- Hij heeft niet de capaciteit om naar de universiteit te gaan.
- 'Je onderschat je eigen capaciteiten, de specifieke kwaliteiten van het individu.
- Vorige week ging het op deze plek over het fenomeen accudegradatie. Dat wil zeggen de capaciteit van het accupakket van een elektrische auto na verloop van tijd minder wordt, met een kleiner rijbereik als gevolg.
Etymologie
*van capacité (), in de betekenis van ‘bekwaamheid’ aangetroffen vanaf 1728
Vertalingen
Engelscapacity
Franscapacité
DuitsKapazität
Spaanscapacidad, capacidad, inteligencia
Italiaanscapacità
Portugeescapacidade
Turkskapasite
Poolspojemność
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek