carambole

mannelijk (de)/karɑm'bol/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spel (spel), een beoogde botsing van twee biljartballen
    In het driebanden moet de speler met de speelbal via drie banden een carambole zien te scoren.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans. In de betekenis van ‘raken met speelbal van de twee andere biljartballen’ voor het eerst aangetroffen in 1837

Vertalingen

Franscarambole
Spaansbillar francés, carambola