cariës
mannelijk/vrouwelijk (de)/'karijɛs/
Wat is de betekenis van cariës?
cariës betekent: (medisch) aantasting van tandglazuur en het tandbeen door bacteriën waardoor gaatje in je tanden ontstaan
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) aantasting van tandglazuur en het tandbeen door bacteriën waardoor gaatje in je tanden ontstaan
Voorbeelden van "cariës" in een zin
- Door fluoridebehandeling is cariës enorm afgenomen.
- De man, aan zijn grafgiften te zien een jager, lag in een ondiep graf onder een overhangende rots. De kiezen van de man zijn versleten, wat erop wijst dat hij regelmatig taai en vezelachtig voedsel at. Maar in zijn verstandskies vonden archeologen een andere beschadiging: een door cariës aangetaste holte met scherpe groeven eromheen. Lucas Brouwers NRC 15 augustus 2015
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘tandbederf’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1867
Vertalingen
Engelstooth decay, caries
Franscarie
DuitsKaries
Spaanscaries
Italiaanscarie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek