Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
carnavalsganger
mannelijk (de)/xɑŋər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die publiekelijk carnaval viertDe man zat als passagier in een auto met een bivakmuts op, en daarvan schrok de garagehouder. Die was vorig jaar namelijk nog daadwerkelijk het slachtoffer geworden van een overval. De carnavalsganger is samen met de bestuurder opgepakt, zo meldt de politie.
Etymologie
*Samenstellende afleiding van carnaval en gang met het invoegsel -s- en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek