Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

carnavalsganger

mannelijk (de)/xɑŋər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die publiekelijk carnaval viert
    De man zat als passagier in een auto met een bivakmuts op, en daarvan schrok de garagehouder. Die was vorig jaar namelijk nog daadwerkelijk het slachtoffer geworden van een overval. De carnavalsganger is samen met de bestuurder opgepakt, zo meldt de politie.

Etymologie

*Samenstellende afleiding van carnaval en gang met het invoegsel -s- en