carnivoor
mannelijk (de)/kɑrniˈvor/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) een vleesetend dierEen tijger is een carnivoor.
Etymologie
*afgeleid van het Latijnse 'carō' (vlees)
Vertalingen
Engelscarnivore
Franscarnivore
DuitsKarnivore, Fleischfresser
Spaanscarnívoro
Italiaanscarnivoro
Portugeescarnivora
Turkskarnivor, etçil, etobur
Poolsmiesozerca
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek