carrière

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌkɑr(i)ˈjɛːrə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie, maatschappij (economie), (maatschappij) professionele loopbaan, ontwikkeling van de werkgerelateerde maatschappelijke positie
    Hij had een geweldige carrière gemaakt in het bedrijfsleven, maar uit zijn vrijwilligerswerk haalde hij meer voldoening.
    Trainen, trainen, trainen, diëten en blessures. Hoe is het als je lichaam het verloop van je carrière bepaalt?Cathelijne Beijn NRC 15 juni 2016
    Dit was het begin van mijn muzikale carrière in Parijs. De lichtstad. Stad van Amour en Tristesse. Zaterdagnacht in Le Piano d'Or. Ik speelde er voor 150 euro in de kelder. Chansons tot diep in de ochtend. {{Aut|Sandes, David

Etymologie

*van """, in de betekenis van ‘loopbaan’ voor het eerst aangetroffen in 1600

Vertalingen

Engelscareer
Franscarrière
DuitsKarriere
Spaanscarrera
Italiaanscarriera
Poolskariera