casselerrib

mannelijk/vrouwelijk (de)/kɑsələ'rɪp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vleesproduct afkomstig van de rib van een varken, ribkarbonade zonder de rib
    Het menu is niet bijzonder prijzig (3 gangen 36,-, 4 gangen 45,-, 5 gangen 54,-). À la carte ben je wel wat duurder uit, maar je betaalt in geen geval te veel voor wat je krijgt. Soep van pulpo met tomaat en lavas (maggiekruid): heerlijke malse octopus in een rijke bouillon met een enorme umami-‘umpf’ van de lavas. Die zelfgemaakte worst die Harald Vlugt aanraadt is inderdaad heel lekker, en weer subtiel: vijf plakjes heerlijke varkensworst met zo’n mooi strak velletje gegaard in beaujolais, met kropsla, aardappeltjes en cornichons (14,-). Gebraden fazant met zelfgemaakte casselerrib en zuurkool gegaard in héél veel ganzenvet en een sauce Albufera, opgemonteerd met eendenlever (24,-). Rode poon met riz créole (goed gegaarde rijst op smaak gebracht met een lekker pepertje) en cime di rape (24,-). Het is allemaal precies wat het moet zijn.NRC 22 november 2013

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘varkensrib als broodbeleg’ voor het eerst aangetroffen in 1910

Vertalingen

Engelspickled loin of pork