cassette
mannelijk/vrouwelijk (de)/kɑ'sɛtə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) een behuizing voor video- en audiobandenEen videoband zit vaak in een cassette.
- (techniek) het geheel aan tandwielen op het achterwiel van een fietsEen cassette met ketting.
- een kistje voor het veilig bewaren van geld of bestekDit 12-delige bestek zit in een cassette met 3 laden.
- (bouwkunde) een geprofileerde tegelMet hun afmeting van 54 x 54 centimeter zien de cassettes eruit als tapijttegels.
Etymologie
*Van het Franse cassette
Vertalingen
Engelscassette
Franscassette
DuitsKassette
Spaanscasete
Italiaanscassetta
Poolskaseta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek