cassette

mannelijk/vrouwelijk (de)/kɑ'sɛtə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) een behuizing voor video- en audiobanden
    Een videoband zit vaak in een cassette.
  2. techniek (techniek) het geheel aan tandwielen op het achterwiel van een fiets
    Een cassette met ketting.
  3. een kistje voor het veilig bewaren van geld of bestek
    Dit 12-delige bestek zit in een cassette met 3 laden.
  4. bouwkunde (bouwkunde) een geprofileerde tegel
    Met hun afmeting van 54 x 54 centimeter zien de cassettes eruit als tapijttegels.

Etymologie

*Van het Franse cassette

Vertalingen

Engelscassette
Franscassette
DuitsKassette
Spaanscasete
Italiaanscassetta
Poolskaseta