cassetterecorder

mannelijk (de)/kɑˈsɛtəriˌkɔrdər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elektrotechniek (elektrotechniek) magneetbandrecorder waarop banden in een cassette kunnen worden afgespeeld en opgenomen
    De muziek waarop dit gebeurde kwam uit een draagbare cassetterecorder die op de rand van het zwembad stond.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘kleine bandrecorder’ voor het eerst aangetroffen in 1973

Vertalingen

DuitsKassettengerät
Spaansmagnetófono de casete
Russischкассетный магнитофон, кассетник