castraat

mannelijk (de)/kɑs'trat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gecastreerde man of dier.
  2. muziek (muziek) mannelijke sopraan- of altzanger, die als gevolg van een jeugdige castratie, de jongensstem heeft behouden.
    In de zeventiende eeuw zongen castraten in de Sixtijnse kapel de sopraanstemmen.

Etymologie

*afgeleid van castreren

Vertalingen

Franscastrat
DuitsKastrat
Spaanscastrado, castrato
Italiaanscastrato
Poolskastrat