castraat
mannelijk (de)/kɑs'trat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gecastreerde man of dier.
- (muziek) mannelijke sopraan- of altzanger, die als gevolg van een jeugdige castratie, de jongensstem heeft behouden.In de zeventiende eeuw zongen castraten in de Sixtijnse kapel de sopraanstemmen.
Etymologie
*afgeleid van castreren
Vertalingen
Franscastrat
DuitsKastrat
Spaanscastrado, castrato
Italiaanscastrato
Poolskastrat
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek