cataract

mannelijk/vrouwelijk (de)/kata'rɑkt/

Wat is de betekenis van cataract?

cataract betekent: (medisch) grijze staar, een troebeling van de ooglens die het zien verstoort

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) grijze staar, een troebeling van de ooglens die het zien verstoort
  2. (ook (n)): een onbevaarbare stroomversnelling in een rivier

Voorbeelden van "cataract" in een zin

  • De grens van het Oude Egypte lag meestal bij de tweede cataract op de Nijl.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘staar’ voor het eerst aangetroffen in 1351

Vertalingen

Engelscataract
Franscataracte
DuitsKatarakt
Spaanscatarata
Italiaanscataratta
Portugeescatarata
Russischкатаракта
Chinees大瀑布
Japans瀑布
Koreaans백내장
Poolszaćma, katarakta