catering

mannelijk (de)/'ketərɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verzorging van maaltijden bij feesten en bijeenkomsten
    Tijdens het congres was de catering heel goed want er was een prima lunch.
  2. de gehele technische verzorging van een feest of bijeenkomst
    Het is Brazilië gedurende deze Spelen niet gelukt om de tergende economische en politieke problemen in het land binnenshuis te houden: de karige en simpele faciliteiten in het olympisch dorp, de beperkte werkomstandigheden voor journalisten en de bezuinigingen op catering en mankracht maken duidelijk: het geld is op. Henk NRC Stouwdam 16 augustus 2016
  3. bedrijf dat zorg voor maaltijden
    'Dat wordt dus weer de catering bellen! ' zei ze op een onverwacht luchtige toon.

Etymologie

*uit het Engels cater