cavia
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkavija/
Wat is de betekenis van cavia?
cavia betekent: (knaagdieren) benaming voor knaagdieren uit het geslacht , van oorsprong afkomstig uit Zuid-Amerika, die vooral als huisdier gehouden worden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (knaagdieren) benaming voor knaagdieren uit het geslacht , van oorsprong afkomstig uit Zuid-Amerika, die vooral als huisdier gehouden worden
Voorbeelden van "cavia" in een zin
- Wij hebben een cavia thuis.
- Dat de cavia een huisdier is danken we aan de Inca’s. Die domesticeerden het beestje zo’n 3.000 jaar geleden in Peru. Sindsdien is de cavia - cuy in het Spaans - een belangrijke voedselbron voor Peruanen. Sam de Voogt NRC 14 december 2015
- Een aardige vrouw met de herseninhoud van een cavia.
Etymologie
* van "cávia" dat door het wegvallen van de cedille ontstond uit de vertaling 'çavia' van "saujá", in de betekenis van ‘knaagdier’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1853
Vertalingen
Engelsguinea pig
Franscochon d'Inde, cobaye
DuitsMeerschweinchen
Spaanscobaya
Italiaanscavia
Portugeescobaia, porquinho-da-índia, preá-da-índia
Russischморская свинка
Japansモルモット, ギニアピッグ, テンジクネズミ
Turkskobay
Poolsświnka morska
Zweedsmarsvin
Deensmarsvin
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek