ceintuur
vrouwelijk (de)/sɛn'tyr/
Wat is de betekenis van ceintuur?
ceintuur betekent: een meestal leren of kunststoffen band met een gesp, die men om het middel kan dragen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een meestal leren of kunststoffen band met een gesp, die men om het middel kan dragen
Voorbeelden van "ceintuur" in een zin
- Het doel van een ceintuur is het afzakken van een broek of rok te voorkomen.
- Het denkbeeldige vuur verwarmde haar dusdanig dat ze de ceintuur van haar kamerjas losmaakte.
Etymologie
* Leenwoord van Frans "ceinture", in de betekenis van ‘gordel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1462
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek