celestijn
mannelijk (de)/selɛs'tɛɪn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) monnik van de congregatie van Celestijnen, of orde van Celestijnen (Latijn: Congregatio Coelestinensis, ook wel Ordo Sancti Benedicti Coelestinensis) waarvan het laatste klooster in 1778 is gesloten
Etymologie
* Celestijner monnik
Vertalingen
Franscélestin
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek