cesuur
vrouwelijk (de)/se'zyr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geschiedenis) een breuk of scheiding tussen periodes in de geschiedenisDe oorlog was een cesuur in de geschiedenis.
- (letterkunde) rustpunt halverwege een versvoet, meestal in een gedicht van vijf of zes regels
- (muziek) ritmisch rustpunt in een muzikale frase
Etymologie
*Afgeleid van het Latijnse cæsura
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek