cesuur

vrouwelijk (de)/se'zyr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis (geschiedenis) een breuk of scheiding tussen periodes in de geschiedenis
    De oorlog was een cesuur in de geschiedenis.
  2. letterkunde (letterkunde) rustpunt halverwege een versvoet, meestal in een gedicht van vijf of zes regels
  3. muziek (muziek) ritmisch rustpunt in een muzikale frase

Etymologie

*Afgeleid van het Latijnse cæsura