chansonnière

vrouwelijk (de)/ʃɑ̃sɔ̃ˈnjɛːrə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) zangeres van chansons
    Edith Piaf werd wereldberoemd als chansonnière.
    De zanger luisterde als kind al naar de muziek van Ramses Shaffy en List. "Daarmee ben ik opgegroeid. Het was dus heel bijzonder om met een jeugdheldin samen te werken. Een groot chansonnière met een prachtig timbre."