chatten

/ˈtʃɛtə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) op synchrone wijze met elkaar korte tekstberichten uitwisselen
    Henk was aan het chatten met Jeroen over zijn werk.
    Hoe romantisch dat ook moge klinken, de Gentse makers van het oorlogsboek Alles komt goed, altijd, Kathleen Vereecken (1962) en Charlotte Peys (1987), hebben alleen gechat en gemaild over hun nu gelauwerde project. ‘Wij ontmoeten elkaar vandaag voor het eerst.’ de Volkskrant Pjotr van Lenteren 11 april 2019 [https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/jeugdboek-alles-komt-goed-altijd-van-kathleen-vereecken-en-charlotte-peys-wint-woutertje-pieterse-prijs~b3becfba/ Jeugdboek Alles komt goed, altijd van Kathleen Vereecken en Charlotte Peys wint Woutertje Pieterse Prijs]
    Ik probeerde me voor te stellen waar ze nu mee bezig zouden zijn: met hun neus in de boeken of chattend met hun vrienden. Wat leefden we op dit moment in compleet andere werelden, wat was ik ver weg en wat zou ik ze nu graag even vast willen houden.

Etymologie

*Ontleend aan het Engelse to chat.

Vertalingen

Engelschat
Franschatter, tchatter, cyberbavarder
Duitschatten
Italiaanschattare
Russischбеседовать