cheat
mannelijk (de)/tʃiːt/
Wat is de betekenis van cheat?
cheat betekent: (spel) truc met de programmatuur die een speler van een computergame oneerlijk voordeel bezorgt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (spel) truc met de programmatuur die een speler van een computergame oneerlijk voordeel bezorgt
Voorbeelden van "cheat" in een zin
- Met het cheatprogramma konden spelers de spelomgeving beïnvloeden en een zogeheten God-modus activeren, waardoor ze niet langer dood konden. Dat gaf spelers in de onlinemodus een oneerlijk voordeel ten opzichte van anderen die de cheat niet hadden gekocht.
Etymologie
*van """ (3)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek