checken

/ˈtʃɛkən/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) controleren, nakijken
    Check jij even of de post er al is?
    De zon was nog niet op en met mijn hoofdlamp checkte ik nog een laatste keer al mijn spullen om te zorgen dat ik niets zou vergeten.

Etymologie

*Van het Engelse to check.

Vertalingen

Engelscheck
Fransvérifier
Duitsüberprüfen
Spaansinspeccionar, examinar, chequear
Italiaanscontrollare
Portugeeschecar, inspecionar, examinar
Poolssprawdzić
Zweedskontrollera, kolla