chef-kok

mannelijk (de)/ʃɛfˈkɔk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) kok die leiding geeft aan de keuken
    Hij is de jongste chef-kok die ooit een Michelinster heeft gekregen.

Vertalingen

Russischшеф-повар