chemokuur

mannelijk/vrouwelijk (de)/'xemokyr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een medicamenteuze behandeling van een kwaadaardigheid, behandeling met chemotherapeutica
    Je zit met iemand in de huiskamer en je praat over wat je niet begrijpt, en in dat praten komen woorden voor als ‘tumor’, ‘opgezet weefsel’, ‘chemokuur’, ‘cytostatica’, ‘biopt’ en al die andere termen die mensen ineens tegen elkaar gebruiken alsof ze gewend zijn over lichamen te praten als afstandelijke beschouwers en ze niet langer de vanzelfsprekende bewoners van hun lichaam zijn. Het zijn nuchtere, en ook wel vervreemdende gesprekken, want ze houden alles op afstand. NRC Marjoleine de Vos 27 januari 2017
  2. iemand die kaal is

Etymologie

*afgeleid van kuur