cheque

mannelijk (de)/ʃɛk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. financieel, economie (financieel), (economie) schriftelijke betalingsopdracht waardoor een bedrag via de bank wordt overgeschreven of uitbetaald
    Het duurde een halve seconde. Mijn vader greep weer naar zijn borstzakje. Dit keer haalde hij er een balpen uit. `Ik zal een cheque voor je uitschrijven.' {{Aut|Sandes, David
    Hij opende een bureaula, haalde er een chequeboek uit en zette de benodigde krabbels. Hierna gaf hij de cheque aan Midrouffa.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘schriftelijke betalingsopdracht’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Uitdrukkingen

  • Een blanco cheque krijgen.
  • :(Zelf mogen bepalen,voor iemand anders, hoeveel men uitgeeft voor een bepaalde zaak)
  • :carte blanche

Vertalingen

Engelscheque, check
Franschèque
DuitsScheck
Spaanscheque
Italiaansassegno
Portugeescheque
Poolsczek