chevreau

mannelijk (de)/ʃəˈvro/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. leer van een geit
    Die mode is, als elke, grillig en wisselend. Is een tijdlang zeker overleer-soort (zeg: chevreau) in zwang geweest, plotseling wordt het verdrongen door b.v. chroomleder.

Etymologie

*van "chevreau"