chimaera
vrouwelijk (de)/xiˈmera/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (mythologie) fabeldier dat gevormd is uit delen van meerdere dieren
Etymologie
*(eponiem) van Latijn "chimaera" dat verwijst naar "Χίμαιρα" (Chimaira) een wezen uit de Griekse mythologie, in de betekenis van ‘monsterdier’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1556
Vertalingen
Engelschimera
Spaansquimera
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek